2. Belichting: Het diafragma
Door Katsunami
Het diafragma is een van de meer ingewikkelde dingen in de fotografie om goed onder de knie te krijgen. Als men eenmaal door heeft wat de gevolgen van het wijzigen van het diafragma zijn, dan lijkt het bijna een triviaal begrip, maar hier gaat een hoop oefening aan vooraf.
Ook het diafragma wordt gemeten in stops. (Nou… dat had je niet verwacht hè?
) Het rijtje dat je uit het hoofd moet kennen is het volgende:
f/1, f/1.4, f/2, f/2.8, f/4, f/5.6, f/8, f/11, f/16 en f/22.
Elk hoger diafragma laat de helft van het licht door, in vergelijking met de vorige waarde. Met f/5.6 “vang” je dus de helft aan licht vergeleken met f/4. f/2.8 is weer 2x zo lichtsterk als f/4, en dus 4x zo lichtsterk als f/5.6. Het komt allemaal op hetzelfde neer. (Er zitten wel nog diafragma’s tussen de genoemde waarden, bijvoorbeeld f/3.2 en f/4.5, maar dat zijn 1/3de of 2/3de delen van stops. Daar leer je automatisch mee werken als je aan het oefenen slaat.)
Hieronder geef ik enige achtergrondinformatie. Het is niet strikt noodzakelijk dat je dit per direct begrijpt. Je zult het in de praktijk niet direct toepassen, maar het kan bij het begrijpen van het gebruik van het diafragma wel verhelderend zijn. Als het niet direct duidelijk is, kun je het stukje later nogmaals lezen, of vragen stellen op het forum.
Het diafragma bepaalt de opening in je lens. De berekening is redelijk eenvoudig. Men neemt de brandpuntsafstand (f), en de doorsnede van het gat in de lens (a, van Aperture, opening). Dan bereken je de breuk f/a. Een 50mm lens met een maximale opening van 30mm zou dus een diafragma hebben van 50/30 = f/1.67. Andersom werkt het ook: een 70mm lens met een diafragma van f/2.8, heeft een lensopening van 70/2.8 = 25mm. Een 28mm lens met diafragma f/2.8 heeft een gat van 28/2.8 = 10mm. Ondanks dit verschil laten beide f/2.8 lenzen exact evenveel licht door. Het doet er niet toe of dat nu een 17mm groothoek, of een 400mm tele, of een 70-200 zoomlens is.
Nu kun je ook begrijpen wat de lichtsterkte van lenzen inhoudt en wat de getallen betekenen.
Voorbeeld:
50 f/1.8
24-70 f/2.8
24-85 f/3.5-4.5
De 50mm is een prime. Er wordt namelijk maar 1 brandpuntsafstand gegeven. Op deze brandpuntsafstand is de lichtsterkte van de lens f/1.8. De 24-70 is een zoomlens, van 24 tot 70mm. Zijn diafragma is aan beide uiteinden f/2.8; de lens is dus over het hele zoombereik gelijk in lichtsterkte. De 24-85 is ook een zoomlens, van 24 tot 85mm, maar hij heeft 2 lichtsterktes. Aan de wijde kant (24mm) is hij f/3.5 en aan de telekant (85mm) is hij f/4.5. Als je met deze lens inzoomt, neemt de lichtopbrengst dus af. (Logisch gevolg van de bovenstaande alinea: een prime met de specificatie 100 f/2.8-4 kan dus nooit bestaan, want je kunt met een prime niet zoomen.)
Ik heb het diafragma onder belichting gezet, omdat het inderdaad een zware invloed heeft op de belichting van de flim. Het verkleinen van het diafragma met 1 stop zul je dus ergens anders moeten opvangen, bijvoorbeeld door je sluitertijd met 1 stop te verlengen. De invloed op de belichting is echter niet de primaire taak van het diafragma. Deze bestaat uit het creëeren (of juist weglaten) van de scherptediepte in de foto.