Basiskennis fotografie: sluitertijd



2. Belichting: De sluitertijd

Door Katsunami

De tweede stem in het muziekstuk “Belichting” is de sluitertijd. De sluitertijd bepaalt hoe lang de film of de sensor aan licht wordt blootgesteld. Net zoals de ISO waarde wordt de sluitertijd in stops gemeten. (We moeten natuurlijk allemaal in dezelfde maat zingen, nietwaar ?) Een rijtje belichtingen is bijvoorbeeld het volgende:

1/100, 1/200, 1/400, en 1/800ste.

Een ander rijtje zou het volgende kunnen zijn:

1/20, 1/40, 1/80, en 1/160ste.

Je kunt zelf wel bedenken wat het rijtje zowel omhoog als omlaag wordt, als je van 1/30ste uitgaat.

De sluitertijd kan grappige dingen doen met een foto. Als je een hele korte sluitertijd gebruikt, zoals 1/2000ste, is het mogelijk om onderwerpen te “bevriezen”. Hiermee wordt bedoeld dat je bijvoorbeeld een rijdende auto zo fotografeert, dat het net lijkt of hij stil staat, omdat je de spaken in de wielen kunt zien. Het tegengestelde is natuurlijk dat je een lange sluitertijd neemt, zoals 1/30ste, waardoor de auto tijdens het nemen van de foto een bepaalde afstand aflegt. Dan trekt hij dus een streep op de foto, en dat geeft een gevoel van snelheid. Het is mogelijk om met de camera “mee te bewegen”, zodat de auto scherp op de foto blijft, maar de achtergrond vaag gestreept wordt. Deze techniek heet “pannen”en het is een kunst op zich. De sluitertijd is in deze kunst het belangrijkste gereedschap.

Echter, sluitertijd kan ook dingen doen die niet grappig zijn voor je foto… bewegingsonscherpte veroorzaken. Als je bijvoorbeeld met een 100mm lens fotografeert en je hebt een sluitertijd van 1 seconde, dan gaat die foto niet scherp worden, omdat de camera beweegt terwijl de sluiter openstaat. Je zult de sluitertijd moeten verkorten, door bijvoorbeeld je ISO waarde te verhogen, of je moet de camera op een statief zetten.

Als regel geldt, dat je een sluitertijd van 1/ moet nemen om scherpe foto’s te schieten. Als je dus met een 100mm lens fotografeert, dien je een sluitertijd te nemen van -minstens- 1/100ste seconden. Misschien heb je wel eens gehoord van de cropfactor van een digitale speigelreflex; de “zoomverlenger”. Deze is bijvoorbeeld 1.5x. Deze cropfactor moet je meetellen. Zet je een 100mm lens op een camera met cropfactor (zoals de 20D, met een cropfactor van 1.6x, of de D70 met 1.5x), dan gedraagt deze lens zich als een 100×1.5=150mm lens. Dan moet je dus je sluitertijd dienovereenkomstig kiezen: 1/150ste of sneller voor de D70, en 1/160ste voor de 20D.

Reacties zijn gesloten.